Een ziek kind

Een goede gezondheid is voor iedereen van belang, maar voor kinderen helemaal. Kinderen hebben een goede gezondheid nodig om te groeien en om zich geestelijk en lichamelijk te ontwikkelen. Gezonde kinderen zijn levenslustig en hebben energie om te spelen.

Kinderen in een kinderdagverblijf komen op jonge leeftijd vaker in aanraking met ziekten dan kinderen die geen gebruik maken van kinderopvang. De weerstand, die andere kinderen in een aantal jaren opbouwen, wordt bij kinderen in de opvang, in korte tijd opgebouwd. Infectieziekten blijven, mede doordat groepen qua samenstelling wisselen, van tijd tot tijd terugkomen.

Wij zijn niet berekend op het opvangen van zieke kinderen. Ziekte is echter een rekbaar begrip waardoor soms discussies ontstaan of een kind met ziekteverschijnselen wel naar Jottum mag of thuis moet blijven. Bij de beslissing hierover zijn twee aspecten bepalend: namelijk het welbevinden van het zieke kind zelf en de gezondheid van de andere kinderen van de groep en de PM-ers.

Welbevinden van het zieke kind

Een kind dat hoge koorts heeft, regelmatig overgeeft, diarree of pijn lijdt, zal zich niet prettig voelen in een groep. Het heeft behoefte aan rust, verzorging en extra aandacht en kan het beste in een huiselijke omgeving worden opgevangen. Daarentegen kan een kind met lichte ziekteverschijnselen zoals een snotneus of huiduitslag meestal wel meedoen in de groep. Het ongemak dat het van deze verschijnselen heeft hoeft op het kindercentrum niet erger te zijn dan thuis.

In twijfelgevallen observeren wij het kind gericht:

  • Speelt en gedraagt het kind zich zoals de PM-er van hem of haar gewend is?
  • Praat het kind zoals de PM-er gewend is?
  • Reageert het op wat de PM-er zegt of doet?
  • Voelt het warm aan?
  • Huilt het vaker of langer dan anders?
  • Heeft het regelmatig een natte luier?
  • Gaat het naar de WC en wat is het resultaat?
  • Wil het steeds liggen of slaapt het meer dan anders?
  • Wil het niet eten of drinkt het niet/weinig?
  • Klaagt het kind over pijn?

Niet elke gedragsverandering wordt door ziekte veroorzaakt en het is ook niet de bedoeling dat wij als PM-er een diagnose gaan stellen. Het gaat erom dat de PM-er kan beslissen of het kind op de groep kan blijven, of wij de ouders moeten waarschuwen, of dat wij misschien zelfs direct een arts moet inschakelen.

Gezondheid van de andere kinderen

Bij enkele besmettelijke ziekten – die ernstig kunnen verlopen – mag het zieke kind niet naar Jottum komen. Het risico voor de andere kinderen en PM-ers om ook besmet te worden, is dan te groot. Dit tijdelijk niet toelaten van zieke kinderen vanwege het besmettingsrisico voor anderen wordt ‘wering’ genoemd. Wering is alleen zinvol als besmetting van de andere kinderen nog niet heeft plaatsgevonden en niet op een andere manier te voorkomen is. Het weren van deze kinderen gebeurt in overleg met de GGD.

Wanneer moeten de ouders worden gewaarschuwd?

Als een kind zich duidelijk niet lekker voelt en wij twijfelen of het wel op de groep kan blijven, nemen wij contact op met de ouders. Soms krijgt men van de ouder informatie die het gedrag van het kind kan verklaren, bijvoorbeeld dat het kind de vorige avond laat is gaan slapen. Als wij van mening zijn dat het kind opgehaald moet worden, bespreken wij dit met de ouder waarom wij dit vinden en maken wij afspraken over het tijdstip waarop het kind gehaald wordt en wat wij tot die tijd doen. Het kan met name voor werkende ouders lastig zijn om hun kind onverwacht te moeten ophalen. Daarom is het belangrijk dat zij vooraf goed op de hoogte zijn gesteld van onze regels over de toelating van zieke kinderen. Daarom schrijven we hieronder ons beleid.

Bij ziekte van een kind is de ouder degene die de huisarts inschakelt. Alleen als er acuut gevaar dreigt, schakelen wij direct 112 voor een ambulance in. Voorbeelden van dergelijke gevallen zijn:

  • een kind dat het plotseling benauwd krijgt;
  • bij verstikking;
  • een kind dat bewusteloos raakt;
  • een kind dat niet meer op aanspreken reageert;
  • bij een slagaderlijke bloeding.

Beleid bij ziekte

Afspraken met ouders over het beleid bij ziekte

Bij de plaatsing van het kind (het tekenen van een overeenkomst) zijn de ouders op de hoogte van wat de afspraken zijn over het beleid bij ziekte. Wij bespreken, alleen indien dat nodig is, met ouders in welke gevallen wij contact opnemen met de GGD. Voor het doorgeven van persoonsgegevens van het kind aan de GGD is toestemming van de ouders vereist.

Het beleid bij ziekte van het kind

Een ziek kind afmelden:

  • Een kind moet vóór 9.00 uur telefonisch afgemeld worden;
  • Als er sprake is van een besmettelijke aandoening of ziekte, moet dit expliciet worden vermeld;
  • Als een kind afgelopen 24 uur koorts heeft gehad (zie koorts);
  • Als een kind paracetamol/zetpil heeft gehad.
  • Wanneer je twijfelt of je kind mag komen, kunt je contact opnemen en dit met de PM-er(s) bespreken.

Redenen om een ziek kind te laten ophalen

  • Als, na het observeren van het welbevinden van het kind, het niet op de groep kan blijven;
  • Als het kind een temperatuur van 38,5°C of hoger (zie koorts) heeft;
  • Als het kind diarree heeft;
  • Als het kind heeft overgeven;
  • Als het kind één op één aandacht nodig heeft.

Elk van deze punten bepaalt dat het kind niet kan blijven. Dit staat ook beschreven in de huisregels.

Als het kind ziek is

Als het kind ziek is,

  • nemen wij contact op met de ouders, die zorgen voor het ophalen van het zieke kind, binnen een half uur. Als ouders niet direct zelf het kind kunnen ophalen, regelen zij een vervanger;
  • ouders nemen vrij of schakelen een vertrouwd persoon in om voor het kind te zorgen;
  • samen willen we het beste voor het kind. Een kind wat ziek is kan kan in dezelfde week geen extra dag(en) afnemen, omdat spelen bij Jottum een andere energie vraagt dan thuis.

Koorts

Bij een lichaamstemperatuur (normale temperatuur 36°C tot 37,2°C) van 38,5°C of hoger worden ouders altijd op de hoogte gebracht. Koorts is namelijk altijd een reden tot extra oplettendheid binnen 24 uur. Het kan een onschuldige oorzaak zijn, zoals het doorkomen van tandjes, maar er kan ook iets anders aan de hand zijn.

Als je kind koorts heeft, houd je het thuis. Door koorts verlaagt de weerstand van het lichaam en daardoor is de kans op een bacteriële infectie groter. Vaak kunnen kinderen in de loop van de dag zieker worden en is de drukte van de andere kinderen ze teveel, waardoor ze alsnog opgehaald moeten worden.

Heeft je kind in de avond of nacht voor de opvang om een andere reden dan koorts, een paracetamol/zetpil gehad, dan willen wij daar graag van op de hoogte worden gebracht. Het is niet de bedoeling om je kind een paracetamol/zetpil te geven ter bestrijding van koorts als het die dag bij ons komt. Als de paracetamol/zetpil uitgewerkt is, kan de koorts omhoog schieten en een koortsstuip (lees hierover in de huisregels) ontstaan. Wij kunnen daar geen verantwoordelijkheid voor nemen. Je kind dient 24 uur koortsvrij te zijn voor het weer bij ons kan komen spelen.

Beleid bij besmettelijke aandoeningen en ziektes

  • Ouders melden besmettelijke aandoeningen en ziektes van hun kind bij de PM-ers. We hebben een lijst met besmettelijke ziektes opgenomen in onze huisregels. Voor verkoudheid wordt een uitzondering gemaakt.
  • De PM-ers overleggen zo nodig met de GGD, afdeling infectieziektebestrijding. De GGD vraagt, met toestemming van de ouders, eventueel informatie op bij de huisarts.

Chronische ziekten en aandoeningen

Soms heeft een kind een chronische aandoening of ziekte, waardoor extra aandacht of zorg van de PM-er nodig is. In dat geval zullen wij in overleg met de ouders beoordelen of deze extra zorg gegeven kan worden. Daaruit volgt of het kind gebruik kan (blijven) maken van de opvang.

Pm-ers zijn niet gediplomeerd om beroepsmatig risicovolle medische handelingen uit te voeren. Bij wet (de wet Big) is vastgelegd dat we dat ook niet mogen.

Medicijngebruik

Ouders die hun kind voor het brengen medicatie hebben gegeven, dienen dit door te geven aan de PM-ers en telefonisch bereikbaar te zijn. Als een kind tijdens de opvang medicatie toegediend moet krijgen, zijn de ouders verplicht een “overeenkomst medicatiegebruik” in te vullen en daarvoor te tekenen. Deze kun je aanvragen bij de PM-er(s). Wij geven alleen medicamenten die al eerder thuis zijn gebruikt. Dit is erg belangrijk, omdat wij niet weten hoe het kind op het geneesmiddel kan reageren. Wij hebben dit vastgelegd in het Protocol “Medicijnverstrekking en Medisch handelen”.

Vaccinaties/inentingen

Bij de plaatsing van het kind (het tekenen van een overeenkomst) moeten alle ouders aangeven of hun kind is gevaccineerd volgens het Rijksvaccinatieprogramma. Er bestaat dus een mogelijkheid dat er een ongevaccineerd kind aanwezig is.

Wij gaan er vanuit dat de ouders van niet ingeënte kinderen op de hoogte zijn van de risico’s. In Nederland is deelname aan het Rijksvaccinatieprogramma niet wettelijk verplicht. Er zijn ouders die – bijvoorbeeld vanwege hun levensbeschouwing – besluiten om hun kinderen niet te laten vaccineren. Dit is vooral een risico voor het ongevaccineerde kind zelf: dit is niet beschermd als het met de veroorzakers van de betreffende ziekten in aanraking komt. De kans dat een niet gevaccineerd kind andere kinderen met een ziekte uit het Rijksvaccinatieprogramma besmet is uiterst klein. De meeste ziekten uit het Rijksvaccinatieprogramma komen in Nederland nog zelden voor, bovendien zullen de meeste andere kinderen uit de groep wel gevaccineerd zijn en dus geen risico lopen. In zeer specifieke situaties is tijdelijke wering van een kind te overwegen. De GGD adviseert kindercentra hierover ‘op maat’. Dit advies is afhankelijk van de situatie en zij zijn altijd op de hoogte van de actuele informatie en hebben specifieke deskundigheid over vaccinaties en inentingen. Wij vinden het belangrijk dat wij van elk kind weten of het wel of niet gevaccineerd is.